|
|
|
|
Hieronder staan de overgangseisen 2011-2012. Zij zijn gebaseerd op het aantal deeltaken dat het programma van het betreffende jaar kent. Voldoet de leerling niet aan de overgangseisen, dan wordt hij/zij besproken in de overgangsvergadering van het betreffende jaar.
1e jaar > 2e jaar
- de onderbouw kent een tweejarige brugperiode; in principe gaat de leerling over naar het tweede jaar, tenzij de vorderingen onvoldoende zijn.
2e jaar > 3 mavo
De leerling is bevorderd als
- de leerling het eindcijfer 6,0 of meer op mavo niveau behaald heeft voor de leergebieden/vakken: Mens en Maatschappij, Mens en Natuur, Kunst, Cultuur en Bewegen, Internationale Communicatie, Wiskunde en het keuzeprogramma.
- de leerling mag voor wiskunde minimaal een 5,0 hebben, maar moet dat compenseren met het cijfer van het leergebied Mens en Natuur, zodat het gemiddelde van Wiskunde en Mens & Natuur een 6,0 is.
- De uitslag van de VAS toetsen en het oordeel van de docent spelen een rol bij de overgang. De docentenvergadering kijkt of de leerling in voldoende mate beschikt over de vaardigheden zelfstandigheid, inzet en samenwerking.
- Cijfers worden niet afgerond, maar aangegeven met één decimaal achter de komma. Een 5,9 telt niet als 6,0, een 4,9 is niet een 5,0
2e jaar > 3 havo
De leerling is bevorderd als
- de leerling het eindcijfer 6,0 of meer op havo niveau behaald heeft voor de leergebieden/vakken: Mens en Maatschappij, Mens en Natuur, Kunst, Cultuur en Bewegen, Internationale Communicatie, Wiskunde en het keuzeprogramma.
- Binnen Internationale Communicatie moet het vak Engels minimaal een 6,0 zijn.
- de leerling mag voor wiskunde minimaal een 5,0 hebben, maar moet dat compenseren met het cijfer van het leergebied Mens en Natuur, zodat het gemiddelde van Wiskunde en Mens & Natuur een 6,0 is.
- De uitslag van de VAS toetsen en het oordeel van de docent spelen een rol bij de overgang. De docentenvergadering kijkt of de leerling in voldoende mate beschikt over de vaardigheden zelfstandigheid, studielastbestendigheid, abstractievermogen, interesse ("willen weten"), concentratie, initiatief, inzet, reflectievermogen en samenwerking.
- Cijfers worden niet afgerond, maar aangegeven met één decimaal achter de komma. Een 5,9 telt niet als 6,0, een 4,9 is niet een 5,0
3 mavo > 4 mavo
- De leerling volgt 11 examenvakken: Nederlands, Engels, Wiskunde, nask 1, nask 2, biologie, economie, drama, kunstvakken 1 (dat zijn er 9) en 2 vakken uit de volgende vier: Frans, Duits, geschiedenis of aardrijkskunde (totaal dus 11).
- van deze 11 vakken mogen er maximaal 3 onvoldoende zijn
- de onvoldoendes mogen niet in het (te kiezen) vakkenpakket voor het 4e jaar zitten
- Maatschappijleer 1 is geen examenvak, maar moet wel voldoende worden afgesloten. Zo niet, en de leerling gaat naar 4 mavo, dan wordt een inhaalprogramma gevolgd
- het programma van lichamelijke opvoeding is op voldoende niveau afgetekend
- het programma van kunstvakken 1 is op voldoende niveau afgetekend
- het programma van elk (ander) vak is afgetekend (werk, voortgangstoetsen en SE toetsen zijn gemaakt)
- wegingsfactoren bij de overgang zijn: de prestaties, het (studie)gedrag en het perspectief op een diploma
3 havo > 4 havo
De leerling is bevorderd als
- het programma is afgetekend (werk en toetsen zijn gemaakt en afgetekend)
- de leerling geen onvoldoendes heeft
- voor één vak het eindcijfer 5 of 4 behaald heeft
- voor twee vakken een 5 behaald heeft
- voor één vak een 4 en voor één vak een 5 behaald heeft en twee compensatiepunten heeft
- voor drie vakken een 5 behaald heeft en drie compensatiepunten heeft
- voor twee vakken een 5 en voor één vak een 4 heeft behaald en vier compensatiepunten heeft
- behalve zelfstandigheid, inzet en samenwerking spelen ook havo eigenschappen een rol bij de overgang
- het gaat om de volgende havo eigenschappen: studielastbestendigheid, abstractievermogen, interesse ("het willen weten") en reflectievermogen.
4 havo > 5 havo
Vooraf De vakken die meetellen bij de bevordering van havo 4 naar havo 5 zijn de vakken uit het gemeenschappelijk deel, de vakken uit het gekozen profiel en één examenvak uit de vrije ruimte. Maatschappijleer speelt geen rol bij B, omdat het vak deel uitmaakt van het combinatiecijfer, zijnde het rekenkundige gemiddelde van de eindcijfers voor de vakken maatschappijleer, literatuur en het profielwerkstuk. Bij de bevordering worden de afgeronde gemiddelden van de afgenomen PTA toetsen genomen (5,4 geldt als 5 en 5,5 als 6).
De leerling is bevorderd als hij voldoet aan zowel de onderdelen A, B als aan C zoals hieronder beschreven.
A. De vakken Nederlands, Engels en wiskunde
De leerling mag ten hoogste één vijf hebben bij de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde. Voor leerlingen zonder wiskunde geldt dat ten hoogste één vijf voor Nederlands en Engels behaald mag worden. Een leerling is dus niet bevorderd als er mere dan één vijf voor deze vakken wordt gescoord of als er vier of lager voor deze vakken wordt gescoord.
B. De eindcijfers
De leerling is bevorderd bij de volgende onvoldoende eindcijfers (alle overige eindcijfers moeten 6 of hoger zijn)
- 1 x 5 (geen voorwaarden, geen compensatiepunten nodig)
- 1 x 4 (gemiddeld cijfer voor alle vakken moet zijn 6,0 én er zijn 2 compensatiepunten nodig)
- 2 x 5 (gemiddeld cijfer voor alle vakken moet zijn 6,0 én er zijn 2 compensatiepunten nodig)
- 2 x 5 (gemiddeld cijfer voor alle vakken moet zijn 6,0 én er zijn 2 compensatiepunten nodig)
- 1 x 5 en 1 x 4 (gemiddeld cijfer voor alle vakken moet zijn 6,0 én er zijn 3 compensatiepunten nodig)
C. Algemene voorwaarden
- alle onderdelen van het programma van toetsing en afsluiting van het lopende cursusjaar moeten afgesloten zijn. Alle handelingsdelen (bijvoorbeeld LOB) en het van CKV moeten aan het eind van havo 4 minstens de kwalificatie voldoende hebben.
- de orientatie- en keuzefase van het profielwerkstuk moet afgerond zijn.
Voldoet de leerling niet aan de eisen van A, B en C, dan wordt de leerling niet bevorderd. De overgangsvergadering wordt dan gevraagd of er perspectief op een diploma is. In dien de meerderheid van de leden van de vergadering perspectief ziet, wordt de leerling alsnog bevorderd. In het rapportagegesprek geeft de mentor aan op welke manier de leerling zijn perspectief op het diploma kan vergroten.
Ziet de meerderheid van de overgangsvergadering geen perspectief op een diploma, dan wordt de leerling afgewezen. De mentor zal dan aan de vergadering vragen of het wenselijk is het jaar over te doen of dat ene ander traject gewenst is. en leerling mag niet in twee opeenvolgende leerjaren doubleren.
N. B. De eindcijfers voor de vakken in de bovenbouw mavo en havo zijn de afgeronde cijfers volgens de examenregeling.
|
|
|
|
|
|
|
| |
|